|
Als Spanje het land van de tapas is, dan is Andalusië de bakermat van de tapas. Er zijn hier meer tapasbars dan in welke Spaanse regio dan ook, en de kwaliteit en de variëteit, met name wat betreft visgerechten, is onovertrefbaar. Alle Spaanse regio’s zijn zeer trots op hun keuken en Andalusië is daar geen uitzondering op. Moorse smaken (amandelen, sinaasappelen) in combinatie met lokale kruiden (saffraan, komijn, koriander) en gezond vlees en vis (inktvis, ham) maken een unieke en heerlijke gastronomie. Maar er wordt laat gegeten – lunch begint rondom 14.00 uur, diner zelden vóór 22.00 uur – en dit is de reden waarom tapas zo belangrijk zijn, om de honger te stillen of om een complete maaltijd te vormen.
Tapas zijn voorafjes of kleine hapjes, ideaal voor de bezoeker om veel verschillende gerechten te proeven zonder zich ergens op vast te leggen. Het woord betekent ‘deksel’, omdat tapas oorspronkelijk werden geserveerd op een schoteltje dat het glas afdekte. Meestal worden tapas staand of op barstoelen genuttigd of op een geïmproviseerd tafeltje, zoals een op zijn kop gezette wijnvat. In een authentieke tapasbar wordt uw rekening met krijt op de bar bijgehouden (probeer dit vooral niet te ontcijferen) en wordt de vloer bedekt met zaagsel (voor de obers die na sluitingstijd de boel moeten aanvegen).
Een alternatief is om in een ‘restaurante’ of een ‘marisqueria’ (visrestaurant) te dineren, restaurants met bediening waar uitstekende lokale keuken wordt geserveerd tegen redelijke prijzen, vooral het ‘menu del dia’ of ‘cubierto’ (dagmenu). In plaats van restaurants in de nabijheid van toeristencentra raden wij u aan minstens eenmaal een tapasbar binnen te stappen. Wat zijn de typische gerechten? Specialiteiten zijn ‘rabo de toro’ (gestoofde ossenstaart met uien en tomaten), ‘solomillo de cerdo’ (varkenshaas) en natuurlijk ‘gazpacho’ (de beroemde koude tomatensoep met komkommer uit Andalusië, ook bekend als ‘salmorejo’ in Cordoba). Vaak wordt inktvis in eigen inkt gekookt, een paella met zeevruchten ‘arroz a la marinera’, gestoofde visschotel en vis in ‘adobo’, marinade of komijn, marjolein, azijn, zout en peper. Groenten worden meestal besteld als bijgerecht. Nagerechten zijn zoet en plakkerig, Arabische-stijl, of soms varianten van crème caramel.
Een glas koude sherry of ‘cerveza’ (bier) zijn de favoriete drankjes, maar ook ‘sangria’ en rode en witte wijn (gebotteld, uit Rioja, La Mancha, Catalonië etc, of plaatselijke wijn uit het vat).
CATALAANS BROOD MET SERRANOHAM (6 personen)
2 tomaten 6 sneetjes landbrood 1 teentje knoflook 2 eetl. Olijfolie versgemalen peper 100 gr serranoham (plakjes)
Voorbereiden: In steelpan ruim water aan de kook brengen. Tomaten inkruisen, enkele seconden onderdompelen in kokend water, afspoelen onder koud stromend water en ontvellen. Tomaten halveren, zaadjes verwijderen en tomaten fijnprakken met vork.
Bereiden: Sneetjes landbrood in broodrooster lichtbruin roosteren. Knoflook pellen en halveren. Met snijvlak van knoflook geroosterde sneetjes brood aan beide kanten inwrijven. Olie druppelsgewijs erover sprenkelen en geprakte tomaten erover verdelen. Bestrooien met peper. Serranoham op knoflook-tomatenbroodjes leggen.
BANDERILLAS (zie foto) Ingrediënten: 12 kappertjes 12 ansjovisfilets in olie (uit een blikje) 12 ontpitte zwarte olijven 12 kleine augurkjes 12 zilveruitjes
Bereiding: 1. Leg met uw vingers een kappertje op het dikkere uiteinde van elke ansjovisfilet en rol deze voorzichtig op. 2. Prik 1 gevulde ansjovis, 1 olijf, 1 augurk en 1 zilveruitje aan een cocktailprikker. Maak zo 12 spiesjes.
Tips: Neem desgewenst andere ingrediënten, zoals koude vleeswaren, kaas en groenten. Kies ingrediënten die verschillen qua textuur, smaak en kleur. Deze spiesjes zijn erg populair in Noord-Spanje, waar ze pinchos ‘aan een doorn gespiest’ heten. Laat u bij uw keuze leiden door de smaak, kleur en vorm van de ingrediënten en kies bijvoorbeeld koud of gedroogd vlees, ingelegde tonijn, gezouten vis of hardgekookte eieren. In het zuiden van Spanje gebruiken ze ingelegde groenten en heten de spiesjes banderillas, omdat ze op de puntige stok van de stierenvechter lijken.
|