Sevilla
Sevilla is de op drie na grootste stad van Spanje, na Madrid, Barcelona en Valencia. Het is de hoofdstad van de autonome regio Andalusië, en van de provincie Sevilla. Het is de belangrijkste stad van Zuid-Spanje op het gebied van cultuur, politiek, economie en kunst. In 2005 had de stad 704.154 inwoners, en in de agglomeratie Sevilla wonen 1.317.098 mensen. Sevilla ligt aan de rivier Guadalquivir, die voor niet al te grote zeeschepen bevaarbaar is tot in de stad. Sevilla heeft het grootste historische centrum van Europa, waarin de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad, de kathedraal van Sevilla met de toren Giralda, het Alcázar en de Torre del Oro zich bevinden. Het is de geboorteplaats van de Spaanse dans- en muziekstijl flamenco. De stad staat in Spanje ook bekend om het niet-officiële, maar zeer afwijkende dialect dat er gesproken wordt. Door de uitspraak zijn de “sevillanos” zelfs voor andere Spanjaarden niet altijd te verstaan. De burgemeester van Sevilla is Alfredo Sánchez Monteseirín.

De Grieken en Romeinen
Volgens de Griekse en Romeinse mythologie werd de stad gesticht door Herakles toen hij de Hesperiden bezocht. Door opgravingen weet men dat de stad rond 1000 v. Chr. in het gebied van Tartessos lag. Volgens sommigen wás Sevilla oorspronkelijk zelfs Tartessos. De Feniciërs en Carthagenen veroverden de stad rond 600 v. Chr. In deze tijd werd Sevilla gebruikt als handelscentrum voor het zuiden van het Iberisch Schiereiland, totdat het land werd veroverd door de Romeinen. Zij noemden de stad “Colonia Iulia Romula Hispalis” of kortweg “Hispalis”, hoofdstad van de toenmalige provincie Hispania Baetica. Vlakbij stichtten de Romeinen de kolonie Italica, en van hieruit werd Zuid-Spanje grondig geromaniseerd. Na de val van het West-Romeinse rijk werden de Visigothen de baas totdat de Moren Spanje in de 8e eeuw veroverden. De Moren gaven de stad de naam “Isbiliya”. In de 13e eeuw werd Sevilla tijdens de Reconquista ingenomen door de Spanjaarden.

De Visigothen
In het jaar 426 werd de stad ingenomen door de Vandalen, onder leiding van Gunderic, en in het jaar 441 door de Sueben onder leiding van Koning Rechila. Ongeveer 100 jaar later werden zij uit de stad verdreven door de Visigothen en hun Koning Leovigild. Daarna volgde de opstand van zijn zoon, Hermenegild, die zich Katholiek verklaarde, en daardoor een vijand van zijn eigen vader werd. Koning Leovigild werd dan ook opgevolgd door zijn andere zoon, Reccared I, die in 586 de troon overnam, waarna goede tijden voor Sevilla aanbraken.

De Moren en Vikingen
In het jaar 712 werden Sevilla, Medina-Sidonia en Mérida veroverd door de Moren onder leiding van koning Musa en zijn zoon Abd al-Aziz ibn Mussa. Vanaf dat moment veranderde Sevilla, samen met Córdoba in één van deGiralda belangrijkste steden ter wereld. Op 844 werd het Moorse Sevilla aangevallen door de Vikingen, die na hun mislukte aanvallen op Asturië, Galicië en Lissabon, nu verder naar het zuiden waren afgedaald. Zij bestormden de stad gedurende zeven dagen, zonder succes, en verschuilden zich daarna op het nabijgelegen eiland Isla Menor in de rivier Guadalquivir, wachtend op hulptroepen. Het machtige Moorse Kalifaat van Córdoba was hen echter voor, en op 11 november 844 begon een rampzalige strijd, waarin met name de Vikingen duizenden mannen verloren en zich uiteindelijk moesten overgeven. Zij die het overleefden, installeerden zich als boeren in nabijgelegen dorpen als Carmona en Coria del Río. De Vikingen probeerden overigens verschillende keren Sevilla alsnog te veroveren, in 859, 966 en 971, zonder succes.
De Moren gaven Sevilla de naam Arabische naam Ishbiliya, dat later veranderde in Shbiya, en waar ook het huidige Sevilla van is afgeleid. Onder het Moorse bewind groeide de stad zowel cultureel als economisch gezien enorm, en werd met dank aan de Arabische cultuur één van de belangrijkste steden van het rijk Al-Andalus, samen met Córdoba. Sevilla was hoofdstad van één van de vele taifarijken, en was van 1023 tot 1091 de machtigste van deze. Rondom het jaar 1063 begon echter langzaam maar zeker de Katholieke opkomst, en al snel werd de stad voor het eerst afhankelijk van het Rijk van Kastilië. In de tijd van de Almohaden bouwde men in Sevilla onder andere de Giralda en het Alcázar. Aan het einde van de elfde eeuw werd de stad bewoond door de Almoraviden, die zorgden voor verdere economische groei. In 1248 werd Sevilla officieel terugveroverd door Kastilië, onder leiding van de Katholieke koning Koning Ferdinand III.

De Joden en de Spaanse Inquisitie
Na de Spaanse Reconquista kwam een nieuw volk Sevilla binnen, de Joden, met name afkomstig uit Toledo. Zij werden echter nooit compleet geaccepteerd door de inmiddels weer Katholieke bevolking van de stad, en werden vooral gedurende de tweede helft van de 14e eeuw door hen geteisterd. In 1481 werden de eerste signalen in Sevilla van de Spaanse Inquisitie duidelijk, en zes Joden werden levend verbrand. In 1483 werd verder aangekondigd dat alle Joden die zich niet tot het Katholieke geloof bekeerden uit Andalusië zouden worden verbannen, en in 1492 gebeurde dit daadwerkelijk. Desondanks lieten zij in Sevilla wel één van de mooiste Joodse wijken ter wereld achter, de wijk “Santa Cruz”. In 1502 werden de overgebleven Moren in de stad ook gedwongen tot bekering, zij stonden bekend als de zogenaamde Morisken.

Bezienswaardigheden
Sevilla wordt door velen een ‘openluchtmuseum’ genoemd, en staat vol met historische monumenten, kerken, parken en palmtuinen, overblijfselen van vele verschillende culturen.
Eén van de meest bekende gebouwen van de stad is de kathedraal Maria de la Sede, het grootste kerkgebouw van Europa na de Sint-Pieter in Rome en de St Paul's Cathedral in Londen en de grootste gotische kathedraal ter wereld. Het symbool van de stad, de “Giralda”, maakt er deel van uit. Deze zesennegentig meter hoge klokkentoren was oorspronkelijk een Moorse minaret, ooit de hoogste ter wereld. Volgens de legende mogen er in Sevilla geen hogere gebouwen gebouwd worden. Een ander boegbeeld van Sevilla is het 14e-eeuwse paleis Alcázar, een belangrijk voorbeeld van Mudéjar-architectuur. Samen met het Archivo General de Indias staan de kathedraal van Sevilla en het Alcázar sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De belangrijkste musea zijn het Archeologisch Museum (Museo Archeologico), het Museum voor Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) met belangrijke werken van kunstenaars uit Sevilla, zoals Bartolomé Murillo en Francisco Zurbarán, en het genoemde museum Archivo de Indias, dat waardevolle documenten over de geschiedenis van het Amerikaanse continent bewaart. Een maritiem museum bevindt zich in de Torre del Oro (Goudtoren), een 13e-eeuwse wachttoren.
Een architectonisch monument is het beroemde “Plaza de España”, net buiten het historisch centrum, dat in 1929 werd aangelegd ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling (Exposición Iberoamericana). Op het plein vindt men tweeënvijftig fresco’s, waarvan elk beschilderd is met typische afbeeldingen van de tweeënvijftig Spaanse provincies. Sevilla was in 1992 opnieuw gaststad van een Wereldtentoonstelling.

 

Andere bezienswaardighedenTorre del Oro
- Alameda de Hércules: één van de oudste lanen van de stad
- Antigua Audiencia
- Caños de Carmona: de resten van een Romeins aquaduct
- Casa de Pilatos: een klein Andalusisch paleis
- De wijk ”Santa Cruz”: een historische wijk vol met rustige en kleine pleintjes, bloemen en pittoreske gebouwen
- Hospital de la Santa Caridad: een liefdadigheidsinstelling met een kerk in barokstijl, bekend vanwege de serie schilderijen van Murillo
- Monasterio Santa María de las Cuevas: een klooster
- Murallas de Sevilla: stadsmuren
- Palacio Arzobispal: aartsbisschoppelijk paleis
- Palacio de las Dueñas: woonpaleis van de Hertogin “Cayetana de Alba”, de rijkste vrouw van Spanje
- Parlamento de Andalucía
- Plaza de América
- Plaza de España: gebouwd ter ere van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929
- Plaza de Toros “La Maestranza”, de grootste stierenvechtarena van Spanje, gebouwd in 1749
- Plaza Nueva
- Real Casa de la Moneda
- Reales Alcázares
- Torre del Oro
- Torre de la Plata

 

 

Kerken
- Basílica de la Macarena
- Iglesia de la Anunciación
- Iglesia de la Magdalena
- Iglesia de El Salvador
- Iglesia de Santa Ana
- Iglesia de Santa Catalina
- Iglesia de San Luis de los Franceses
- Iglesia de Santa MarinaPlaza de Tores
 
 Parken en Palmtuinen
- Jardines del Real Alcázar
- Parque de María Luisa
- Parque de los Príncipes
- Parque del Alamillo
- Jardines de las Delicias
- Jardín de la Cartuja
- Jardines de Cristina
- Jardines de la Buhaira
- Jardines del Valle
- Jardines del Prado
- Jardines Chapina

Musea
- Museo de Bellas Artes de Sevilla: Museum voor Schone Kunsten
- Museo de Artes y Costrumbres Populares: Museum van Kunsten en Moderne Gebruiken
- Museo Arqueológico: Archeologisch Museum
- Centro Andaluz de Arte Contemporáneo: Andalusisch Centrum voor Moderne Kunst
- Tesoro Catedralicio
- Museo de Carrajes
- Museo Naval
- Museo Militar

Traditionele Vieringen
Andalusië is van oudsher één van de meest katholieke regio's van Spanje. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal praktiserend gelovigen ook hier drastisch is gedaald sinds de val van het Franco-bewind in de jaren zeventig. Toch staat Sevilla sinds jaar en dag bekend om de grote religieuze viering van de Semana santa, oftewel de Goede Week.
De Semana Santa in Sevilla wordt traditioneel gevierd in de lente, tijdens de eerste volle maan, niet alleen in Sevilla. Tijdens de goede week wordt de stad overspoeld door bedevaarders en toeristen. De religieuze viering wordt traditioneel afgesloten met een groot feest, waar jaarlijks honderdduizenden Spanjaarden op afkomen. Daarnaast zijn er het ganse jaar door processie's van kleine broedersschappen. Ook Sacramentsdag en Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart zijn dagen waarop plechtige processie's door de straten trekken. De aanbidding van de Moeder Gods is voor de Sevilanen een trots, overal is zij aanwezig in de stad.
Een aantal weken na de Semana Santa vindt een ander belangrijk festival in Sevilla plaats, de jaarlijkse “Feria de Abril”, oftewel het “Festival van April”. Tijdens deze viering van het begin van de lente, zet de bevolking van de stad verschillende tenten op waar een week lang in wordt gedanst en gedronken met de hele familie. De vrouwen dragen dan traditionele flamencojurken en de mannen lopen in de meest chique pakken. Het festivalterrein wordt altijd opgebouwd als een soort dorp, waarin elke straat de naam krijgt van een beroemde torero, oftewel stierenvechter. De Feria de Abril trok in 2005 meer dan één miljoen bezoekers.

Eten en Drinken
De Sevillaanse keuken staat in Spanje eigenlijk niet bekend om haar verfijndheid of zeer speciale gerechten. Typische gerechten zijn de vele soorten “arroz caldoso” (letterlijk: bouillonachtige rijst), die op honderden manieren kan worden bereid, gebraden Iberisch varken (cerdo ibérico asado) en verschillende soorten ham uit Jabugo. De Andalusische keuken in haar geheel is nationaal vooral beroemd om de vele zoete lekkernijen. Typische zoetigheden van Sevilla en omgeving zijn “polvorones” en “mantecados”, een soort koekjes met amandelen, die met name rondom kerst massaal worden gegeten. Andere typische culinaire hoogstandjes zijn: “pestiños”: honingkoekjes, “roscos fritos”: gefrituurde zeer zoete donuts en “tortas de aceite”: een soort dunne taartjes gemaakt van olijfolie. In Sevilla en eigenlijk in heel Andalusië worden tapas nog op een traditionele Spaanse manier gegeten, namelijk gratis.